Gedragstherapie
Bron: Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie
Inleiding
In gedragstherapie staat het gedrag van de cliënt centraal. Hoe men handelt bepaalt immers in belangrijke mate hoe men zich voelt. Wie geneigd is om uit angst bepaalde zaken uit de weg te gaan, zal zijn angst vaak eerder versterken dan verminderen. Wie niet goed weet hoe hij zijn mening het beste naar voren kan brengen, zal eerder onzeker of juist geïrriteerd worden. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, zal gemakkelijk het slachtoffer worden van zijn eigen impulsiviteit.Allereerst wordt het problematische gedrag geïnventariseerd, vervolgens wordt getracht te achterhalen hoe en wanneer de klachten zijn ontstaan. Als dat duidelijk is worden de (concrete en haalbare) doelstellingen van de therapie geformuleerd. Vervolgens maakt de gedragstherapeut samen met de cliënt een stappenplan. In kleine stappen wordt met behulp van oefeningen en huiswerk naar het doel gewerkt.
Doel
Het doel is uiteraard om met beter passende gedragspatronen te reageren. Gedragstherapie is gericht op het opheffen van concrete problemen of klachten. Voorbeelden van zulke klachten zijn: angstklachten, fobieën, depressies, verslavingsproblemen en dwanghandelingen. Het gaat er vooral om uw huidige klachten te verminderen. In een gedragstherapie kunt u leren anders om te gaan met datgene waar u bang voor bent of moeite mee heeft. Met behulp van de therapie kunt u nieuwe, positieve ervaringen opdoen: in uw relatie, op uw werk of in contacten met anderen. Daardoor groeit uw zelfvertrouwen en verminderen de klachten.
Oorzaken
Soms kunnen ervaringen uit het verleden ter sprake komen. Psychische klachten zijn soms terug te voeren op negatieve ervaringen in iemands verleden. Door zulke ervaringen kan iemand ook negatieve ideeën over zichzelf krijgen. Factoren in iemands omgeving zijn ook van invloed op psychische klachten. Als iemand in omstandigheden verkeert die het hem of haar moeilijk maken bevredigend te functioneren, kan dat psychische klachten in de hand werken. Het is dan ook belangrijk om zulke omgevingsfactoren te betrekken in de behandeling. Ook belangrijke levensgebeurtenissen zoals een geboorte, echtscheiding of sterfgeval kunnen psychische problemen in gang zetten of verergeren. Soms is het zo dat psychische klachten of problemen gekoppeld kunnen worden aan een bepaalde gebeurtenis of situatie. Als u ooit op straat of in de tram in paniek bent geraakt, kan dat later opnieuw gebeuren als u in dezelfde situatie komt. U heeft als het ware geleerd om in een bepaalde situatie op een bepaalde manier te denken of te handelen. Als dat negatieve gevolgen voor u heeft, kunnen ernstige psychische problemen ontstaan. Het is niet altijd mogelijk om een aanleiding te vinden voor het ontstaan van de klachten. Ook is het meestal niet mogelijk om de aanleiding weg te nemen.
Vormen
In de loop der tijd hebben zich verschillende vormen van gedragstherapie ontwikkeld. De belangrijkste zijn: cognitieve therapie, cognitieve gedragstherapie en constructionele gedragstherapie.
- Cognitieve therapie en gedragstherapie; deze vormen van therapie zijn steeds hechter verweven tot cognitieve gedragstherapie. Cognitieve gedragstherapie kan dus zowel de manier van denken en interpreteren van de cliënt beïnvloeden, als diens manier van doen en laten. Soms ligt de nadruk meer op denken, soms meer op doen en laten. In andere gevallen werkt men gelijktijdig met beide aspecten.
- Constructionele gedragstherapie; de constructionele gedragstherapie heeft als uitgangspunt dat gedrag tot stand komt onder invloed van factoren in de omgeving. Iedereen heeft in zijn omgeving bepaalde dingen nodig om goed te kunnen functioneren. De één voelt zich prettig als hij hard kan werken, de ander als hij zich kan uitleven in een hobby. Sommige mensen zijn in hun element als ze veel mensen om zich heen hebben, anderen hebben juist rust nodig. Het streven is om zicht te krijgen op de omgevingsfactoren die een bevredigend functioneren mogelijk maken. De constructionele gedragstherapeut richt zich vooral op die momenten in uw bestaan waarop het goed met u ging.
Resultaat
Uit onderzoek is gebleken dat gedragstherapie helpt bij angsten en depressies. Er zijn bovendien aanwijzingen dat het goed kan helpen bij verslavingsproblemen, relatieproblemen en impulsief of dwangmatig gedrag. Dit betekent niet dat met behulp van gedragstherapie iedereen wordt genezen. Sommige cliënten knappen helemaal niet op, terwijl andere cliënten na afloop van de behandeling nog een aantal klachten overhouden. Heel globaal geldt dat gedragstherapie voor twee op de drie cliënten een duidelijke verbetering brengt, terwijl één op de drie onvoldoende baat vindt bij deze behandeling.
Duur
Gedragstherapie is meestal van beperkte duur. Van tevoren is niet precies te zeggen hoe lang de therapie duurt, dat verschilt van persoon tot persoon.
