U bent hier: Home De Praktijk Behandelmethodes Narratieve therapie
Persoonlijke hulpmiddelen

Narratieve therapie: verhalende therapie

 

Wat is narratieve therapie?

Een ander woord voor ‘narratief’ is ‘verhalend’. Het vertellen van verhalen is mensen eigen, want wij maken verhalen om onze ervaringen te verklaren, om er betekenis aan te geven. De narratieve therapie gaat ervan uit dat de mens wordt bepaald door zijn/haar verhaal over zichzelf, over een verzameling van ideeën, gedachten en gevoelens, over relaties en over het probleem dat hij of zij  ervaart: zijn/haar verhaal over de persoonlijke belevingswereld.

Onze levensverhalen zijn niet eenduidig maar op verschillende manieren te interpreteren. We zijn ons niet altijd bewust dat we nadruk leggen op één belangrijk aspect van een ervaring en een aantal andere aspecten onbewust over het hoofd zien. Evenmin staan we vaak stil bij de invloed van factoren als de cultuur, de etniciteit en de (seksuele) identiteit, die een rol spelen bij de visie die we op ons leven ontwikkelen.

Van belang voor de opbouw van een verhaal zijn bovendien de woorden die we kiezen om ons verhaal te doen, de ervaringen die we laten meetellen - en vooral óók de ervaringen die niét zijn meegeteld -, de vorm waarin we het gieten en de rol die we onszelf en anderen er in geven. Al deze aspecten krijgen in de narratieve therapie veel aandacht omdat deze van invloed zijn op ons beperkt levensverhaal, ons hoofdverhaal.

Hoofdverhaal = probleemverhaal?

Het hoofdverhaal kan problemen/klachten veroorzaken en ons beperken in ons dagelijks functioneren en zo een probleemverhaal worden. Ervaringsaspecten  die we onbewust over het hoofd hebben gezien/zien en die niet overeenstemmen met het problematisch hoofdverhaal duwen we onbewust naar de achtergrond. In de narratieve therapie zoekt de cliënt naar die gebeurtenissen en ervaringen waar hij/zij niet meer aan denkt.

Een narratief therapeut helpt de cliënt over zijn/haar probleemverhaal na te denken en om de verwaarloosde en mogelijk belangrijke ervaringen die niet passen in het probleemverhaal weer een plaats te geven in hun denken en spreken. Bovendien helpen zij cliënten bepaalde intenties, dromen en ethische standpunten op een emotioneel betekenisvolle en verrijkende manier in te voegen in hun geschiedenis.

Hierdoor kan een cliënt zich verlost voelen van het overheersend probleemverhaal, zich vrijer  voelen om initiatievet te nemen en de invloed van het negatieve hoofdverhaal over zichzelf of hun leven verminderen.

Problemen en klachten worden in de narratieve therapie dus niet in de persoon of in het karakter van de cliënt gezocht maar in de verhalen waarmee de cliënt zijn beperkte werkelijkheid heeft opgebouwd. Door het levensverhaal completer te maken worden problemen en klachten als het ware uit het verhaal geschreven.

Een voorbeeld:

“In een van mijn verhalen die deel uitmaken van mij levensverhaal heb ik mezelf beschreven als een ‘slechte chauffeur’. Dit verhaal heb ik gebaseerd in de loop der jaren op een aantal gebeurtenissen tijdens het autorijden. Zo heb ik mijn rijexamen vijf keer moeten overdoen, vind ik het moeilijk om tussen twee auto’s te parkeren, recht achteruit te rijden en kan ik zonder routeplanner de weg niet vinden, word daarvan dan heel nerveus en dus ongeconcentreerd. Al deze gebeurtenissen op een rij brengen mij tot de conclusie: ik ben een slechte chauffeur.

De gebeurtenissen waarin ik altijd stop voor een rood verkeerslicht, voetgangers voor laat gaan, mij strikt houd aan de geboden snelheid, afstand houd tussen mij en mijn voorganger passen niet in mijn hoofdverhaal ‘ik ben een slechte chauffeur’ en deze gebeurtenissen negeer ik onbewust, tellen niet mee in de constructie van het verhaal. Op termijn selecteer ik alleen de gewoonten, gebeurtenissen die passen in mijn verhaal ‘slechte chauffeur’, op deze gebeurtenissen leg ik de nadruk en bevestigen mijn hoofdverhaal.

Zo wordt het verhaal ‘ik ben een slechte chauffeur’ steeds compacter, steeds meer overheersend en het wordt steeds gemakkelijker om gebeurtenissen te ‘zien’ die passen in dat dominante verhaal. Gebeurtenissen die er niet in passen geef ik geen aandacht en vergeet dus dan die er in het hele verhaal wel toe doen!

Geleidelijk is mijn verhaal bekend bij familie en vrienden en zij zullen mij bij de geringste gebeurtenis, die past in ‘ik ben een slechte chauffeur’-verhaal, bevestigen. Op termijn is niemand zich bewust dat het een eenzijdig, beperkt hoofdverhaal is waarvan ik eerder last dan gemak heb. Bovendien beïnvloedt dit hoofdverhaal natuurlijk mijn rijstijl vanwege de spanning die het verhaal teweeg brengt: zo wordt het hoofdverhaal een probleemverhaal.’’

 

Document acties